E-instruction manual Language: Nederlands

back

Geluid

Om het menu Geluid te openen, drukt u op de knop XXX.GST (Instellingen) op de afstandsbediening en selecteert u [Alle instellingen] > [Geluid].

In dit menu vindt u de volgende opties:


[Geluidstijl] – Kies uit de volgende geluidsvoorinstellingen:

[Amusement] – Optimaliseert surroundgeluid dat geschikt is voor films.

[Muziek] – Optimaliseert het geluid voor het luisteren naar muziek.

[Dialoog] – Verbetert de verstaanbaarheid van stemmen door achtergrondgeluiden te verminderen.

[Persoonlijk] – Hiermee kunt u alle geluidsinstellingen handmatig aanpassen.

[Persoonlijke instellingen] – Hiermee kunt u het dialoogniveau aanpassen om stemmen meer of minder prominent te maken. U kunt ook de equalizerinstellingen configureren. Alleen beschikbaar wanneer [Geluidstijl] is ingesteld op [Persoonlijk].

[Plaatsing van de TV] – Of de TV aan de muur is bevestigd of op een standaard staat, kan de geluidskwaliteit beïnvloeden. Selecteer de optie die overeenkomt met uw TV-installatie om de beste audioprestaties te bereiken.

[Geavanceerd] – Geeft toegang tot de volgende geavanceerde geluidsinstellingen:

[Automatisch volume] – Egaliseert automatisch het volume om grote veranderingen in geluidsniveau te voorkomen, bijvoorbeeld bij het schakelen tussen kanalen. Selecteer [Nachtmodus] voor een stillere en comfortabelere luisterervaring.

[Delta volume] – Past het volumeniveau voor HDMI-ingangen aan. Dit helpt het volume tussen TV-kanalen en via HDMI aangesloten apparaten op elkaar af te stemmen.

[Audio uitgang] – Selecteer de audio-uitgang:

[TV-luidsprekers] – Speelt geluid af via de TV-luidsprekers.

[HDMI-geluidssysteem] – Selecteer dit wanneer een soundbar of homecinemasysteem via HDMI ARC/eARC is aangesloten.

[Hoofdtelefoon met kabel] – Selecteer dit wanneer bedrade hoofdtelefoons op de TV zijn aangesloten.

[Optisch] – Selecteer dit wanneer een soundbar of homecinemasysteem via de optische audio-uitgang is aangesloten. De TV-luidsprekers worden uitgeschakeld.

[Indeling digitale uitvoer] – Als een extern audiosysteem, zoals een soundbar of AV-receiver, via HDMI ARC/eARC of de optische uitgang is aangesloten, kunt u de digitale audio-indeling selecteren die het beste overeenkomt met de mogelijkheden ervan. Als er geen geluid uit het aangesloten audiosysteem komt, ondersteunt het mogelijk de geselecteerde audio-indeling niet. Door deze instelling te wijzigen, kan het probleem worden opgelost.

[Stereo (ongecomprimeerd)] – De TV decodeert de audio en voert ongecomprimeerd stereogeluid uit.

[Meerkanaals] – De TV decodeert het inkomende surroundgeluid (zoals Dolby Digital) en codeert dit opnieuw naar een standaard surroundformaat dat compatibel is met een breder scala aan audiosystemen. Deze optie is handig als uw geluidssysteem nieuwere audioformaten niet ondersteunt.

[Meerkanaals (bypass)] – De oorspronkelijke digitale audiostream wordt rechtstreeks naar het aangesloten audioapparaat gestuurd (bijvoorbeeld een soundbar of AV-receiver), zonder door de TV te worden verwerkt.

[Afstelling digitale uitvoer] – Past het uitgangsvolume aan voor apparaten die via HDMI ARC/eARC of de optische audio-uitgang zijn aangesloten.

[Vertraging digitale uitvoer] – Maakt handmatige aanpassing van de audiovertraging mogelijk om beeld en geluid te synchroniseren voor een extern audiosysteem dat via een digitale audio-uitgang is aangesloten. Selecteer [Uit] als u de vertraging liever op het audiosysteem zelf aanpast.

[Verschuiving digitale uitvoer] – Past de audiovertraging aan om beeld en geluid te synchroniseren voor een extern audiosysteem dat via een digitale audio-uitgang is aangesloten. Alleen beschikbaar wanneer [Vertraging digitale uitvoer] is ingeschakeld.